
BIM groeit door, maar blijft een kwestie van samenwerken
BOUW INFORMATIE MODELLEREN
BIM is in de Nederlandse bouwsector allang geen onbekende meer, De vraag is inmiddels niet meer wat BIM is, maar vooral hoe diep het in de dagelijkse praktijk is verankerd. Volgens onderzoek van USP Marketing Consultancy is Nederland daarin Europees koploper: “Nederland is het land met het hoogste gebruik en bewustzijn van BIM bij aannemers in Europa”, schrijft senior consulent Dirk Hoogenboom in een beschouwing.
Eerst maar eens wat veelbetekenende cijfers. In 2009 werd BIM slechts bij ongeveer 10 procent van de projecten in de dagelijkse praktijk toegepast. In 2013 was dat percentage gestegen naar 19 procent en een paar jaar later – in 2017 – overschreed het de 30 procent. Vanaf dat moment bleef de trend stijgen en de cijfers zijn nog niet bekend, maar de verwachting is dat afgelopen jaar de kaap van 50 procent is gerond.
Europese cijfers
Een ander feit: Europa is op het gebied van BIM-gebruik bepaald geen eenheid. Bovenaan de lijst staat Zweden, waar maar liefst 93 procent van de bedrijven aangeeft BIM te gebruiken. Direct daarachter volgen Denemarken en Nederland, beide met 78 procent. “BIM is geen onderwerp van discussie, het wordt verwacht. Bedrijven die niet in een BIM-omgeving kunnen werken, doen simpelweg niet mee aan dezelfde projecten”, schrijft Hoogenboom.
Vanzelfsprekend
Deze positie komt niet uit het niets
Deze positie komt niet uit het niets. Nederlandse bouwpartijen werken al langer in ketens waarin afstemming tussen architecten, aannemers, installateurs en adviseurs essentieel is. Juist in zo’n omgeving kan BIM zijn waarde bewijzen. Hoogenboom vat dat aldus samen: “In Nederland is het gebruik ervan inmiddels vanzelfsprekend”. Daarmee bedoelt hij niet dat BIM overal volledig is uitgerold, maar wel dat het in steeds meer projecten als logische werkwijze wordt gezien.
Praktijk is weerbarstig
Toch blijft de praktijk weerbarstig. BIM vraagt meer dan het aanschaffen van software. Het gaat om andere werkprocessen, om delen van informatie in een gezamenlijke omgeving en om partijen die dezelfde digitale discipline hanteren. Hoogenboom wijst daar impliciet op met zijn constatering dat BIM “geen one-size-fits-all” is. Vooral bij kleinere projecten en kleinere bedrijven blijft de stap naar structureel gebruik groot, terwijl grotere en complexere projecten juist vaker de motor vormen achter verdere adoptie.
Een kloof
Dat verklaart ook waarom er nog steeds een kloof bestaat tussen bekendheid en gebruik. In Europa weten veel bedrijven inmiddels wat BIM inhoudt, maar dat betekent niet automatisch dat zij er ook dagelijks mee werken. Dat geldt ook voor Nederland, al ligt het gebruik hier duidelijk hoger dan in veel andere landen. De Europese ontwikkeling verloopt daardoor niet gelijkmatig, maar in verschillende snelheden. In België en delen van Zuid-Europa blijft BIM bijvoorbeeld meer beperkt tot specifieke projecten, terwijl Nederland het model juist breder heeft omarmd.
Bredere digitalisering
De Nederlandse voorsprong op de meeste landen hangt bovendien samen met bredere digitalisering. Veel bedrijven zijn al gewend aan digitale planning, documentatie, inkoop en communicatie. BIM bouwt daarop voort, maar vraagt wel een volgende stap: modelgebaseerde samenwerking. Hoogenboom benadrukt dat verschil ook door te stellen dat de bouwsector niet één uniforme digitale curve kent. De Europese markt is volgens hem juist “allesbehalve uniform”. Voor Nederland betekent dat vooral dat de BIM-discussie is verschoven van pionieren naar professionaliseren.
Uitdaging
Daar zit meteen ook de volgende uitdaging. Als BIM in Nederland steeds normaler wordt, verschuift de nadruk naar datakwaliteit, uitwisselbaarheid en praktische toepasbaarheid. Productinformatie moet bruikbaar zijn in het model, en software moet aansluiten op bestaande workflows. Dat is niet alleen relevant voor aannemers en installateurs, maar zeker ook voor leveranciers en fabrikanten. Wie niet meebeweegt, dreigt buitenspel te raken in projecten waar digitale coördinatie de standaard is geworden.
Nuchter
Tegelijkertijd blijft Hoogenboom nuchter over de tempoverwachting. De bouw is geen sector die zich laat opjagen door modewoorden of hypegolven. Ook BIM ontwikkelt zich niet via een plotselinge omslag, maar via een gestage verandering in projecten, eisen en werkmethoden. Dat maakt de Nederlandse situatie misschien minder spectaculair dan een revolutionair verhaal, maar wel veel realistischer. BIM is hier niet langer iets voor de toekomst; het is steeds vaker gewoon onderdeel van de manier van werken.