Afbeelding

Omzet installatiesector is in zes jaar tijd
met 60 procent toegenomen

INSTALLATIEBRANCHE

De technische installatiebranche in Nederland groeit tegen de klippen op. De totale omzet van installateurs en technisch dienstverleners nam toe van 21 miljard euro in 2018 tot 33 miljard euro in 2023: een stijging met 60 procent. 

Dit blijkt uit onderzoek van adviesbureau Management Centrum, dat is uitgevoerd in opdracht van brancheorganisatie Techniek Nederland. Deze organisatie wilde wel eens weten waar de branche nu staat en heeft nu het antwoord: de sector ontwikkelt zich razendsnel.

De omzetstijging is onder meer het gevolg van de groei van de zogenoemde installatiequote oftewel het aandeel van technische installaties in de totale bouwsom. In de woningbouw verdubbelde die de afgelopen tien jaar van 10% naar 20%, terwijl in de utiliteitsbouw de installatiequote inmiddels is toegenomen met 45%. Ook hogere prijzen van materialen, hogere lonen, een groeiende arbeidsproductiviteit en een toename van het aantal werkenden dragen bij aan de groei.

Meer werkenden en hogere arbeidsproductiviteit

Het aantal werkenden in de branche is tussen 2018 en 2023 gegroeid van 160.000 naar 190.000, een toename van 19%. Onder werkenden worden werknemers, directeur-grootaandeelhouders (DGA’s) en zzp’ers verstaan. Ook de arbeidsproductiviteit is flink gestegen. De productie per FTE klom van 133.000 euro in 2018 naar 186.000 euro in 2023, een groei van 40% (gemiddeld 6,6% per jaar).

Verdeling van omzet over specialisaties

Bijna de helft van de omzet (48%) van de technische installatiebranche komt uit de utiliteitsbouw, gevolgd door de woningbouw (28%), industrie (14%) en infrastructuur (10%). De grootste bedrijven - meer dan 250 werknemers - zijn goed voor 42% van de omzet. Kleine bedrijven met minder dan 25 FTE realiseren 28%, terwijl middelgrote bedrijven (25-250 FTE) verantwoordelijk zijn voor 27%. Zzp’ers dragen voor 3% bij aan de totale omzet.

Binnen de branche richt 49% van de installatiebedrijven zich voornamelijk op elektrotechniek, gevolgd door verwarming en luchtbehandeling (36%), sanitair (12%) en overige installatiewerkzaamheden (3%).

'Techniek wordt steeds belangrijker'

Uiterlijk 30 juni neemt Doekle Terpstra afscheid als voorzitter van Techniek Nederland. In 2017 trad hij aan als nieuwe voorman en hij heeft deze explosieve stijging dus van nabij meegemaakt. Terpstra heeft de afgelopen jaren meerdere malen gewezen op het belang van de installatiebranche en ziet zich door deze cijfers in de rug gesteund. "De omzetgroei laat het toenemende belang zien van de installatiebranche. Techniek wordt steeds belangrijker in gebouwen, maar ook in de industrie en bij infrastructurele projecten."

Toekomstperspectief: energietransitie en digitalisering

Terpstra verwacht dat de groei van de technieksector ook na zijn afscheid doorgaat, onder meer vanwege de energietransitie die de sector veel werk oplevert. "Daarnaast digitaliseert de branche in sneltreinvaart. Dat zorgt voor nóg meer mogelijkheden.’ Ook de opkomst van kunstmatige intelligentie, robotisering en industrieel produceren zal de groei van de sector volgens Terpstra stimuleren. "Er is waarschijnlijk geen sector in Nederland met zo’n geweldig toekomstperspectief. We moeten wél alles op alles zetten om voldoende vakmensen op te leiden met wie we die groeikansen kunnen benutten. Dat betekent investeren in het technisch beroepsonderwijs, de ruggengraat van deze sector."